PLANTEN, MOSSEN EN SCHIMMELS NEMEN SCHOUWBURGZAAL OVER

Theaterkrant

In ATMEN, het middendeel van de trilogie Rituals of Transformation, voert Nicole Beutler haar publiek binnen in een door planten, mossen en schimmels overgroeide schouwburgzaal. Het beeld van een cultuurplek die is overgenomen door de natuur is adembenemend.

In Nicole Beutlers bekroonde voorstelling 8: Metamorphosis bevonden performers en publiek zich op het toneel van de schouwburg. Tegen het eind werd de kijker beloond met een memorabel beeld: het scherm tussen podium en zaal ging omhoog en bood uitzicht op een in mist badende theaterzaal waar tussen de lege stoelen een boom ontsproten was.

Dat beeld, van natuur die een door de mens gebouwde plek overneemt, is in ATMEN verder ontwikkeld. In plaats van die ene boom is nu de halve Grote Zaal van ITA overwoekerd. Het podium is overgenomen door een plantentapijt. Een overgroeide berg afval loopt als een soort catwalk de zaal in, waar meerdere rode pluchestoelen schuil gaan onder groene organismen. Het publiek wordt de zaal binnengeleid in het donker, vanuit de eveneens in het duister gehulde theatergangen.

ATMEN sluit niet alleen aan op 8: Metamorphosis. De voorstelling is de tweede in Nicole Beutlers ecologisch-activistische trilogie Rituals of Transformation (towards a new humanity). In het eerste deel GINKGO or: 56 million years ago there were palm trees on the North Pole (2022) was te zien hoe de mensheid aan haar eind kwam op een zelf gecreëerde vuilnisbelt. ATMEN is gesitueerd in het jaar 2200, na het voltrekken van deze ecologische ramp.

In Beutlers toekomstvisioen begint de planeet langzaam op adem te komen. Het plukje mensen dat de ramp overleefd heeft is de taal vergeten. In plaats daarvan maken de zes humane figuren die zich langzaam losmaken uit de groene achtergrond klikklakkende tonggeluiden. Het zestal ontwikkelt andere vormen van communicatie, niet door spraak maar door beweging. Het is niet zo’n gekke aanname dat dans bij groepsvorming een rol kan spelen, en dat krijgt hier zijn weerslag in een tribal-achtige choreografie. En dan blijkt er in het collectieve geheugen van deze mensenroedel ook nog een opmerkelijk heldere herinnering te bestaan aan klassieke zang.

Relatief vlot zien we het groepje menselijke overlevers re-evolueren van in groene plantomhulsels over de grond kruipende wezens naar aangeklede mensen die vreedzaam samenkomen rond een vuurkorf. Die evolutionaire snelheid voelt omgekeerd evenredig aan de tijdsbeleving van de toeschouwer. Mede door de atmosferische soundscape van Gary Shepherd is het de eerste twintig minuten zeker de moeite waard om rustig te landen in deze groene wereld, om alle details in je op te nemen en om te zien hoe de spelers zich losmaken uit de achtergrond. Daarna voelt het echter alsof de voorstelling langer duurt dan het choreografische en dramatische materiaal rechtvaardigt. Ook de knap geïntegreerde projecties van videokunstenaar Heleen Blanken, zoals een toverachtig opdoemend beeld van een witte wolf, kunnen niet verhullen dat de voorstelling statisch overkomt, en ook wat afstandelijk. Zelfs al komen de dansers en zangers nog zo dicht bij het publiek.

Naast de indringende openingsbeelden biedt ATMEN ook nog een fraai slottafereel. Op een doorzichtig doek zien we een projectie van stromend water. Zittend, met de rug naar het publiek, kijkt het zestal naar het water en de mistflarden die uit de voorgrond opstijgen. Dit beeld van mensen die zich verhouden tot de overweldigende natuur refereert overduidelijk aan Caspar David Friedrichs beroemde schilderij ‘De wandelaar boven de nevelen’. Om het hoogromantische karakter te onderstrepen zingen de performers regels uit een gedicht van Friedrichs vriend en geestverwant Johann Wolfgang von Goethe:

''De ziel van de mens
Lijkt op water
Uit de hemel komt het
Naar de hemel stijgt het''

Der Gesang der Geister über den Wassern, op muziek gezet door Franz Schubert, geeft de voorstelling te elfder ure toch nog de emotionele lading die daarvoor gemist werd.

 

Door Fritz de Jong.